Spelsituatie 13 - Mate

Laatste wijziging: 27-01-18 03:18

Mate wordt gegeven als de scheidsrechter het nodig vindt de wedstrijd tijdelijk te onderbreken. Er zijn talrijke mate voorbeelden te noemen. Veel voorkomend zijn de momenten als één van de judoka bestraft moet worden of de veiligheid van één van de judoka in het geding is, maar ook als er geen voortgang in ne-waza is. 


Mate


Voorbeelden van wel of geen mate.

Voorbeeld 1: Geen mate, doorgaande acties.

In dit voorbeeld zien we dat blauw met een aanval begint, wit probeert over te nemen en beiden komen in ne-waza. In het grondgevecht probeert blauw een armklem aan te zetten en kantelt daarmee wit op de rug. Wit weet de techniek nog even tegen te houden en zelfs bijna weer op de knieën te draaien. Maar blauw weet de armklem onder controle te houden en effectief te beëindigen. Hierna tikt wit af.

Deze hele actie duurt best lang, maar er is geen moment dat de scheidsrechter mate moet zeggen. De acties in het grondgevecht volgen elkaar direct op, er is voortdurende voortgang in dit gevecht. De scheidsrechter laat heel terecht door gaan tot er wordt afgetikt. 

Voorbeeld 2:  geen mate

Hier zien we dat blauw in het grondgevecht een sankaku techniek wil maken. Wit wil dat niet en probeert te gaan staan. Nu is het zo dat als de judoka zijn tegenstander van de mat weet te tillen de scheidsrechter mate zal roepen. Maar die regel wordt zo geïnterpreteerd dat de tiller ook toont de controle te hebben. In dit geval lukt het wit om blauw even van de mat op te tillen, maar er is aan de gehele actie te zien dat de controle bij blauw sterk aanwezig blijft. Het moment dat blauw los komt van de mat is maar een fractie. De scheidsrechter kan aan de houding van wit en de actie van blauw zien dat blauw zijn tegenstander weer onder controle terug brengt naar de mat. In dit soort situaties is mate niet juist en moet de scheidsrechter door laten gaan. Hier is mate dus verkeerd. 

Voorbeeld 3: geen mate

Aan de rand van de mat, valt wit aan met een seoi-nage. Blauw stapt in deze actie over wit heen en volgt direct met een armklemtechniek. Om de armklem te voorkomen, loopt wit wat op en blauw maakt dan een kanteltechniek waarbij de armklem nog steeds onder controle en bijna effectief is. De scheidsrechter geeft hier een waza-ari en kort hierna mate. Omdat de kanteltechniek vanuit ne-waza komt en geen werptechniek is, is de waza-ari niet correct. Ook de mate is in dit geval te vroeg. De kanteltechniek is een geldige actie waarbij de armklem al bijna effectief gemaakt wordt, dan dient de scheidsrechter deze actie te laten door gaan. Dus geen mate.

Voorbeeld 4: geen mate

Nadat blauw zich op de knieën heeft laten vallen, volgt wit met een verwurgings techniek. In dit grondgevecht komen ze een moment buiten de gevechtsruimte, maar evenals het vorige voorbeeld is de techniek op de gevechtsruimte al zodanig goed aangezet en bijna effectief dat deze techniek ook buiten de gevechtsruimte mag worden voortgezet. Het is logisch dat blauw probeert te ontsnappen en probeert te gaan staan. Hierbij strekt hij zijn linkerarm naar boven, Hiermee wil hij aantonen dat hij vrij kan staan en dat hij het gevecht niet meer aan gaat. De scheidsrechter ziet dat wit de techniek nog steeds goed uitvoert en blauw onder controle houdt. Door de controle van wit moet blauw weer gaan zitten en tikt kort hierna af. Dit is dus geen mate en een perfecte actie tot ippon. 

Voorbeeld 5: geen mate

In dit voorbeeld zien we dat wit een aanval maakt. In de verdediging laat blauw zich voorover vallen. Wit stopt niet en terwijl wit weer gaat staan tilt hij blauw van de mat en werpt die achterover op de rug. Deze actie is een doorgaande actie, waarin geen stop is en ook geen reden is om mate te geven. Dit betreft een geldige actie, dus score ippon.